Zowel in zijn werk bij MEE IJsseloevers als in zijn vrije tijd ondersteunt Peter Kerstholt mensen om meer zelfredzaam te worden. Het werk van cliëntondersteuner is hem daarom op het lijf geschreven. In dit interview vertelt hij over zijn werk en welke rol zijn registratie in het register Cliëntondersteuners speelt.

Je werkt vanaf 1989. Heb je altijd als cliëntondersteuner gewerkt?

“Nee, dit werk doe ik sinds 2018. Daarvoor werkte ik binnen de gehandicaptenzorg en daarna lange tijd binnen de re-integratie. Het mooie aan mijn huidige werk is dat het vrijwillige zorg is. Mensen zoeken zelf contact met ons, omdat ze ondersteuning willen. De hulpvragen zijn heel uiteenlopend, maar centraal staat dat ik mensen bijsta om zo zelfstandig mogelijk te kunnen functioneren. Dat doe ik door te kijken naar wat de cliënt zelf kan, maar ook, als dat mogelijk is, zijn omgeving in kaart te brengen. Dat zijn vooral familie en vrienden. Ik zie mezelf als een passant, iemand die tijdelijk meeloopt met de cliënt. Anders dan de familie, want familie heb je je hele leven. Het belangrijkste voor mij is om de zelfredzaamheid van mijn cliënten te versterken. Ik zie mezelf als een soort wegenwacht. Ik onderzoek wat er aan de hand is en doe wat er nodig is, zodat mijn cliënt weer zijn weg kan vervolgen”.

Welke ontwikkelingen zie je de laatste jaren in jouw vak?

“De decentralisatie naar de gemeenten zou alles goedkoper en effectiever maken. Het was de bedoeling dat marktwerking de schotten tussen de verschillende loketten zou opheffen, maar ik zie juist het tegenovergestelde gebeuren. Iedere budgetverantwoordelijke is bang zijn eigen budget te overschrijden en heeft liever dat je het geld ergens anders haalt. Cliëntondersteuners staan naast de cliënt en niet er tegenover, dus ik ervaar dezelfde bureaucratie waar cliënten en hun families ook tegenaan lopen. Dat maakt het werk als cliëntondersteuner uitdagend, want de dynamiek binnen gemeenten is een realiteit, maar ik stel het belang van de cliënt centraal in mijn handelen.”

Ik zie mezelf als een soort wegenwacht. Ik onderzoek wat er aan de hand is en doe wat er nodig is, zodat mijn cliënt weer zijn weg kan vervolgen.

– Peter Kerstholt, cliëntondersteuner

Hoe werkt het register Cliëntondersteuners van Registerplein door in jouw werk?

“Vanuit MEE is dat heel goed geregeld. Ze stellen dagen beschikbaar voor deskundigheidsbevordering. Zo volg ik binnenkort de training ‘Sociaal netwerk versterking’. Die voer ik op in mijn dossier. De valkuil die veel hulpverleners hebben is dat ze iedereen ondersteunen maar zichzelf vergeten. Dan werken ze keihard maar vergeten dan hun punten op te voeren in hun dossier. Daarom vind ik het ook goed dat het vanuit de werkgever is geborgd. MEE ziet het als een kwaliteitskeurmerk richting opdrachtgevers, zoals de gemeente. Je hebt die scholing ook hard nodig. Cliëntondersteuners worden vaak gezien als generalisten, maar als je net van de opleiding komt is het lastig om een generalist te zijn. Daar moet je toch een beetje in groeien en scholing helpt daar zeker bij. Evengoed geldt het als je jarenlange ervaring hebt. Ook dan moet je echt bijblijven, want de wereld waarin wij werken verandert voortdurend. Als je dat niet bijhoudt dan schiet je tekort.”

Heeft corona jouw werk veranderd?

“Het werk gebeurt nu zoveel mogelijk online, maar ik ga soms nog wel op huisbezoek. Het doel van een keukentafelgesprek is dat je informatie verzamelt en je begrijpt de persoon veel beter als je die in zijn eigen woonomgeving ziet. Je kunt je dan beter in iemand verplaatsen dan wanneer je dat gesprek online doet. Zit iemand in een rommelig huis, dan kan dat een reden waarom de hulpvraag urgenter wordt. Het contact met mijn collega’s is ook veranderd. We hebben een vast moment in de week, op donderdag, waar we online de casuïstiek bespreken. Ik ben heel blij met dat contact in teamverband. Je krijgt altijd meer input dan als je alleen werkt. Niets is zo ingewikkeld als alles alleen te moeten oplossen.”  

Je moet echt bijblijven, ook als je jarenlange ervaring hebt. De wereld waarin wij werken verandert voortdurend.

– Peter Kerstholt

Je werkt in Almere. Zijn er zaken die typisch zijn voor deze stad?

“Almere is natuurlijk een jonge stad, maar in de oudere wijken heb je veel mensen die op leeftijd komen. Het beleid is dat die mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Daar moeten dus de voorzieningen ook op afgesteld worden. Zo is er bijvoorbeeld meer vraag naar huishoudelijke hulp, het buurthuis is ook belangrijk voor deze groep mensen. Wat je nu ziet is dat de financiële druk bij gemeentes hoog is vanwege de extra kosten die ze maken voor de Jeugdzorg en de WMO. Als oplossing bezuinigen veel gemeenten dan juist op het welzijnswerk. Terwijl dat zo’n belangrijke voorziening is voor thuiswonende ouderen en andere kwetsbare mensen. Daar doen ze hun sociale contacten op. Nu de buurthuizen vanwege corona dicht zijn zie ik wat voor effect het heeft op afhankelijke ouderen en mensen met een beperking. Ze hunkeren enorm naar dat contact. Ze hebben geen werk of dagbesteding  meer, zitten de hele dag thuis. Ze stompen echt af door dat gebrek aan perspectief.”

Ik zag dat je in 2013 bent onderscheiden met de Erepenning van Almere. Waarom was dat?

“Wat leuk dat je daar naar vraagt! Dat was al een paar jaar terug. Ik heb twintig jaar lang vrijwilligerswerk gedaan. Ik heb ooit een computerclub opgericht voor mensen met een verstandelijke beperking. In die tijd was een PC iets duurs, een ding waar mensen met een verstandelijke beperking zeker niet aan mochten komen. Ik dacht aan hoe computers de communicatiemogelijkheden van deze mensen konden vergroten. Ze konden spelletjes doen, mailen en een PC wordt niet boos. Die snauwt je niet af als iets verkeerd doet. Dat was voor die groep heel belangrijk. Wat ik niet had bedacht was dat de club zelf enorm belangrijk werd voor de leden. Het werd echt een uitje! Aanvankelijk ben ik dit vrijwilligerswerk gaan doen, omdat ik het contact miste met deze mensen. Ik werkte destijds als leidinggevende en wilde het contact met de vloer niet verliezen. In de praktijk werd ik de schakel tussen de clubleden en de vrijwilligers. Ik ben voorgedragen door de coördinator van stichting ABRI en de uitverkiezing overviel me een beetje, maar ik voelde me wel vereerd. Na twintig jaar zijn we gestopt, omdat de behoefte er niet meer was. PC’s en smartphones zijn nu zo’n vast onderdeel geworden van het dagelijks leven, ook in dat van mensen met een verstandelijke beperking.”           

Meer weten?

Lees hier meer over het register Cliëntondersteuners.

Dit interview vormt een onderdeel van de interviewserie ‘Mijn register’. Eerder spraken we met een maatschappelijk werker en een cliëntenvertrouwenspersoon Wzd.

Tekst: Peter de Koning